Strategie 5: grote warmtepompen inzetten
Grote warmtepompen vormen één van de belangrijkste technologieën om warmtebronnen met een lage temperatuur bruikbaar te maken voor een warmtenet. Ze kunnen energie onttrekken aan bijvoorbeeld:
- buitenlucht
- oppervlaktewater
- grondwater
- afvalwater
- bodem
- industriële restwarmte
- data centers
- of andere koelprocessen
Met behulp van elektriciteit wordt deze warmte vervolgens naar een hoger temperatuurniveau gebracht. Hoe kleiner het temperatuurverschil dat de warmtepomp moet overbruggen, hoe gunstiger de efficiëntie doorgaans kan zijn. Daarom gaan grote warmtepompen en lage-temperatuurwarmtenetten vaak hand in hand.
Elektriciteit en warmte steeds sterker met elkaar verbinden
Door de groei van wind- en zonne-energie wordt de productie van elektriciteit steeds variabeler. Op bepaalde momenten kan veel hernieuwbare elektriciteit beschikbaar zijn, terwijl de vraag relatief laag is. Warmtesystemen kunnen helpen om die flexibiliteit te benutten. Grote warmtepompen kunnen elektriciteit omzetten in bruikbare warmte.
Ook elektrische boilers kunnen onder bepaalde omstandigheden worden ingezet om elektriciteit rechtstreeks in warmte om te zetten. Deze koppeling tussen verschillende energiesectoren wordt vaak sector coupling genoemd. Warmtenetten kunnen daardoor niet alleen warmte distribueren, maar ook helpen om flexibiliteit in het bredere energiesysteem te creëren.
Strategie 6: thermische energie opslaan
Warmteproductie en warmtevraag vinden niet altijd op hetzelfde moment plaats. Thermische opslag kan helpen om dit verschil op te vangen. Een warmtebron kan bijvoorbeeld energie produceren wanneer die beschikbaar of economisch interessant is, terwijl de warmte pas later wordt gebruikt. Er bestaan verschillende vormen van thermische opslag.
Kortetermijnopslag
Buffervaten kunnen warmte gedurende uren of dagen opslaan. Ze kunnen helpen om pieken in productie en verbruik op te vangen en warmtebronnen efficiënter te laten functioneren.
Seizoensopslag
Grotere opslagsystemen kunnen energie gedurende langere periodes bewaren. Zo kan bijvoorbeeld warmte die tijdens de zomer beschikbaar is later in het verwarmingsseizoen worden gebruikt. Afhankelijk van het project kan gebruik worden gemaakt van grote waterbuffers, ondergrondse opslag of andere thermische opslagsystemen.
Thermische opslag maakt het netwerk flexibeler en kan helpen om een groter aandeel variabele of hernieuwbare energiebronnen te benutten.
Strategie 7: verschillende warmtebronnen combineren
Een toekomstbestendig warmtenet hoeft niet afhankelijk te zijn van één energiebron. Integendeel.
Een combinatie van verschillende bronnen kan de flexibiliteit en bedrijfszekerheid verhogen. Een netwerk kan bijvoorbeeld gebruikmaken van:
Basislast
Geothermie of continue industriële restwarmte.
Variabele productie
Zonthermie of beschikbare restwarmtestromen.
Opschaling
Grote warmtepompen.
Flexibiliteit
Thermische opslag.
Piekvermogen of back-up
Een aanvullende warmtebron voor uitzonderlijke omstandigheden.
Welke combinatie optimaal is, hangt af van de lokale situatie.
Decarbonisatie van warmtenetten is daarom bij uitstek een projectspecifieke uitdaging.
Niet iedere warmtebron hoeft dezelfde temperatuur te hebben
Wanneer verschillende warmtebronnen worden gecombineerd, beschikken deze niet noodzakelijk over hetzelfde temperatuurniveau. Een industriële warmtebron kan bijvoorbeeld warmte op hoge temperatuur leveren, terwijl een data center veel warmte op een lager niveau beschikbaar heeft. Dat betekent dat het netwerk voldoende flexibel moet worden ontworpen.
Warmtewisselaars, warmtepompen, opslag en intelligente regeling kunnen helpen om deze verschillende energiestromen samen te brengen. Hoe lager de benodigde nettemperatuur, hoe groter doorgaans het aantal warmtebronnen dat rechtstreeks of met beperkte opwaardering kan worden ingezet.
Decarbonisatie begint daarom ook bij de gebruikers
Een warmtenet kan zijn temperatuur alleen verlagen wanneer de aangesloten gebouwen met die lagere temperaturen kunnen functioneren. Ook de secundaire installaties verdienen daarom aandacht. Gebouwen met goed gedimensioneerde lage-temperatuurverwarming kunnen met lagere aanvoertemperaturen werken dan installaties die afhankelijk zijn van hoge watertemperaturen. Denk bijvoorbeeld aan:
- vloerverwarming
- plafondverwarming
- grote warmtewisselaars
- aangepaste radiatoren
- en andere lage-temperatuurafgiftesystemen
De verduurzaming van het warmtenet en de renovatie van het gebouwenbestand zijn daardoor nauw met elkaar verbonden.
Warmte en koude samen bekijken
De energietransitie gaat niet uitsluitend over verwarming. Ook de vraag naar koeling neemt toe. Dat maakt het interessant om warmte en koude steeds vaker samen te bekijken. Een gebouw dat gekoeld wordt, produceert immers aan de andere zijde van het koelproces warmte. Die energie kan mogelijk elders worden gebruikt.
Vooral in gebieden met een combinatie van kantoren, woningen, ziekenhuizen, data centers en industrie kunnen gelijktijdige warmte- en koudevragen ontstaan. Moderne warmte- en koudenetten kunnen helpen om deze energiestromen met elkaar te verbinden. In plaats van warmte afzonderlijk te produceren en elders opnieuw af te voeren, kan energie binnen het netwerk worden uitgewisseld.
Een efficiënt leidingnet blijft essentieel
De warmtebron kan nog zo duurzaam zijn: wanneer tijdens het transport veel energie verloren gaat, vermindert de efficiëntie van het volledige systeem. Het leidingnet vormt daarom een essentieel onderdeel van de decarbonisatiestrategie. Belangrijke aandachtspunten zijn:
- thermische isolatie
- leidingdiameter
- drukverlies
- pompenergie
- nettemperatuur
- leidinglengte
- retourtemperatuur
- en materiaalkeuze
Een efficiënt netwerk zorgt ervoor dat zoveel mogelijk van de beschikbare thermische energie daadwerkelijk bij de gebruikers terechtkomt.
Warmteverlies beperken
Iedere kilowattuur warmte die onderweg verloren gaat, moet aan de bron opnieuw worden geproduceerd. Dat geldt ook wanneer die energie afkomstig is van een duurzame bron. Geothermische energie of gerecupereerde restwarmte die tijdens de distributie verloren gaat, kan niet meer door een gebruiker worden benut.
Lagere nettemperaturen, een correcte isolatie en een goed ontworpen leidingnet dragen daarom rechtstreeks bij aan een efficiënter gebruik van de beschikbare energie.
Ook hydraulische efficiëntie telt
Niet alleen warmteverlies vraagt energie. Het medium moet ook door het netwerk worden verpompt. Drukverlies bepaalt mee hoeveel elektrische energie daarvoor nodig is. Leidingdiameter, debiet, stroomsnelheid, lokale weerstanden en oppervlakteruwheid spelen allemaal een rol. Een thermisch efficiënt netwerk dat onnodig veel pompenergie verbruikt, is niet optimaal.
Daarom moeten thermische en hydraulische prestaties samen worden beoordeeld.
Welke eisen stelt de energietransitie aan leidingmaterialen?
Warmtenetten zijn infrastructuur voor meerdere tientallen jaren. Tijdens die periode kunnen de omstandigheden veranderen. Nieuwe warmtebronnen kunnen worden aangesloten, temperaturen kunnen worden aangepast en het netwerk kan worden uitgebreid. Het leidingmateriaal moet daarom passen binnen de verwachte bedrijfscondities en de toekomstige ontwikkeling van het netwerk.
Belangrijke eigenschappen zijn onder andere:
- corrosiebestendigheid
- geschikte temperatuur- en drukbestendigheid
- lange technische levensduur
- hydraulische eigenschappen
- betrouwbare verbindingstechniek
- thermische prestaties
- montagegemak
- en uitbreidbaarheid
De keuze van het leidingsysteem moet daarom vanaf de ontwerpfase deel uitmaken van de totale energiestrategie.
PP-RCT als alternatief voor traditionele leidingmaterialen
Voor bepaalde temperatuur- en drukbereiken kan PP-RCT worden toegepast in warmte- en koudenetten. Het materiaal is corrosiebestendig en heeft geen bijkomende bescherming tegen roestvorming nodig. De gladde binnenwand zorgt voor een lage oppervlakteruwheid en gunstige hydraulische eigenschappen.
PP-RCT heeft daarnaast een aanzienlijk lagere thermische geleidbaarheid dan metalen leidingmaterialen en is relatief licht, wat transport en verwerking op de werf kan vereenvoudigen. De verbindingen worden gerealiseerd door middel van thermische lastechnologie waarbij leiding en fitting tot een materiaalhomogene verbinding versmelten.
Of PP-RCT geschikt is, moet uiteraard altijd worden beoordeeld op basis van de specifieke temperatuur, druk, medium en bedrijfscondities van het project.
aquatherm energy voor warmte- en koudenetten
aquatherm energy is een voorgeïsoleerd leidingsysteem voor de ondergrondse distributie van warmte en koude. Het systeem combineert een PP-RCT-mediumleiding met thermische isolatie en een beschermende buitenmantel. Hierdoor kan het onder andere worden toegepast voor:
- warmtenetten
- koudenetten
- industriële energienetten
- geothermie
- verbindingen met grote warmtepompen
- distributie van gerecupereerde restwarmte
- en verbindingen tussen energiecentrales en gebouwen
Voor moderne warmtenetten is vooral de combinatie van thermische prestaties, hydraulische eigenschappen, corrosiebestendigheid en verwerkbaarheid relevant.