Verschillende scheepstypes stellen verschillende eisen aan leidingtracés
Het ontwerp van leidingnetwerken is een essentieel onderdeel van de technische betrouwbaarheid en levensduur van een schip. De verschillen tussen scheepstypes hebben vooral betrekking op de vereiste redundantie, de bestendigheid van het materiaal tegen het medium en de integratie van de leidingen in de scheepsstructuur.
Bij gestandaardiseerde schepen, zoals bulkcarriers, ligt de nadruk vaak op kostenefficiëntie. Bij gespecialiseerde schepen, zoals LNG-tankers of cruiseschepen, zijn aanzienlijk complexere technische oplossingen vereist.
Cruiseschepen: hoge installatiedichtheid en Safe Return to Port
Cruiseschepen behoren tot de meest complexe toepassingen op het vlak van technische installaties. Moderne cruiseschepen kunnen in totaal honderden kilometers leidingnetwerk bevatten. Het leidingsysteem vormt daardoor letterlijk een van de belangrijkste technische zenuwstelsels van het schip.
Volgens de IMO-richtlijnen voor Safe Return to Port (SRtP) moeten kritieke systemen, zoals bluswater, koeling van de voortstuwing en lenswatersystemen, fysiek van elkaar worden gescheiden. Het doel is dat het schip ook bij volledige uitval van een compartiment als gevolg van brand of waterinsijpeling manoeuvreerbaar blijft en de essentiële functies behouden blijven.
Dit resulteert in complexe leidingtracés doorheen verschillende verticale brandcompartimenten. Bij cruiseschepen speelt bovendien het gewicht van de bovenbouw een belangrijke rol in de stabiliteit. Het verminderen van het gewicht op de bovenste dekken is daarom bijzonder interessant.
Het gebruik van kunststof materialen zoals PP-RCT in plaats van CuNiFe- of stalen leidingsystemen kan het gewicht van de technische installaties aanzienlijk verminderen en zo bijdragen aan een betere energie-efficiëntie en CII-score.
Grote containerschepen en bulkcarriers: structurele belasting en ballastwaterbeheer
Bij grote vrachtschepen is het leidingtracé nauw verbonden met de structurele eigenschappen van de romp. Lange containerschepen worden blootgesteld aan aanzienlijke torsie- en buigbelastingen. Leidingen die over vrijwel de volledige lengte van het schip lopen, bijvoorbeeld brandblus- of ballastwaterleidingen, moeten deze bewegingen kunnen opvangen.
Daarbij moet rekening worden gehouden met geschikte uitzettingsmogelijkheden en flexibele materiaaleigenschappen om vermoeiingsschade te vermijden. Ook het achteraf installeren van ballastwaterbehandelingssystemen kan aanzienlijke aanpassingen aan de bestaande scheepsstructuur vereisen. Hier kan de prefabricatie van leidingmodules (spooling) een belangrijke rol spelen om de benodigde tijd op de scheepswerf te beperken.
Tankers en gastankers (LNG/LPG): cryogene omstandigheden en Ex-zones
Bij schepen voor het transport van vloeibare gassen wordt het ontwerp gekenmerkt door het principe van de dubbele barrière. LNG-leidingen functioneren bij cryogene temperaturen tot ongeveer -162 °C en vereisen daarom specifieke materialen en isolatiesystemen. Tegelijkertijd moeten de bijbehorende hulpsystemen, bijvoorbeeld voor koeling en stikstofinertisering, bestand zijn tegen sterk corrosieve omstandigheden.
De strikte scheiding tussen gasgevaarlijke en gasveilige zones bepaalt in belangrijke mate hoe leidingtracés kunnen worden uitgevoerd. Leidingdoorvoeren door schotten moeten daarbij niet alleen waterdicht zijn, maar waar vereist ook gas- en explosiedicht worden uitgevoerd.
Megajachten en zeilschepen: akoestiek en efficiënt ruimtegebruik
Bij megajachten en zeilschepen verschuift de aandacht naar NVH-engineering: Noise, Vibration & Harshness. Om aan hoge comforteisen te voldoen, moeten trillingen van pompen en technische installaties zo weinig mogelijk via de leidingen naar de cabinestructuur worden overgedragen. Metalen leidingen geleiden geluid relatief goed. Kunststof biedt door zijn lagere elasticiteitsmodulus van nature betere dempende eigenschappen.
Daarnaast bieden de organische vormen van moderne jachten vaak weinig ruimte voor traditionele rechte leidingtracés. Door gebruik te maken van thermisch gelaste verbindingen kunnen compactere leidingconfiguraties worden gerealiseerd dan met traditionele flens- of persverbindingen.
Binnenvaartschepen en gespecialiseerde vloot: modulariteit en Stage V
Het ontwerp van binnenvaartschepen verandert sterk door de Stage V-emissieregelgeving en de toenemende toepassing van hybride aandrijfsystemen. Bijkomende uitlaatgasnabehandelingssystemen, zoals SCR-installaties, en batterijopslag moeten in bestaande scheepsstructuren worden geïntegreerd. Hierdoor moeten ook koelwatercircuits vaak flexibel worden aangepast of volledig opnieuw worden ontworpen.
Door de beperkte waterdiepte en het risico op grondcontact moeten aanzuigsystemen en interne leidingen bovendien voldoende bestand zijn tegen sedimentatie en cavitatie.