De belangrijkste veranderingen van de EPBD
De herziene richtlijn omvat verschillende maatregelen die de komende jaren stapsgewijs worden ingevoerd. Voor de bouw- en installatiesector zijn vooral de volgende ontwikkelingen belangrijk.
Zero-emission buildings worden de nieuwe standaard
Vanaf 1 januari 2030 moeten alle nieuwe gebouwen binnen de Europese Unie voldoen aan de standaard voor zero-emission buildings (ZEB). Voor nieuwe gebouwen die eigendom zijn van publieke instanties geldt deze verplichting al vanaf 1 januari 2028. Een zero-emission building heeft een zeer hoge energieprestatie, vereist slechts een beperkte hoeveelheid energie en veroorzaakt geen CO₂-emissies uit fossiele brandstoffen op de locatie zelf.
De resterende energiebehoefte moet worden ingevuld met geschikte schone energiebronnen. Dat kan bijvoorbeeld via hernieuwbare energie op of nabij het gebouw, warmtepompen, hernieuwbare energiegemeenschappen of efficiënte stadsverwarming en -koeling.
Renovatie van het bestaande gebouwenbestand
De EPBD richt zich niet alleen op nieuwbouw. Ook het bestaande Europese gebouwenbestand moet aanzienlijk energie-efficiënter worden. Voor niet-residentiële gebouwen worden geleidelijk minimale energieprestatie-eisen ingevoerd op basis van nationale drempelwaarden. De slechtst presterende gebouwen krijgen daarbij bijzondere aandacht.
Voor residentiële gebouwen moeten de lidstaten maatregelen nemen om het gemiddelde primaire energiegebruik van het gebouwenbestand stapsgewijs te verlagen. De precieze uitvoering gebeurt via nationale renovatieplannen en nationale regelgeving.
Fossiele verwarmingssystemen worden geleidelijk uitgefaseerd
Ook verwarmingsinstallaties op fossiele brandstoffen worden verder afgebouwd. Sinds 1 januari 2025 mogen lidstaten in principe geen financiële stimulansen meer voorzien voor de installatie van nieuwe, afzonderlijke verwarmingsketels op fossiele brandstoffen. De EPBD ondersteunt daarmee de verdere omschakeling naar verwarmings- en koelsystemen die gebruikmaken van hernieuwbare of koolstofarme energiebronnen.
Warmtepompen, efficiënte warmtenetten en andere oplossingen voor lage-temperatuurverwarming en -koeling zullen hierdoor een steeds belangrijkere rol spelen.