Een warmtenet transporteert thermische energie vaak over honderden meters of meerdere kilometers. Tijdens dat transport gaat onvermijdelijk een deel van de warmte verloren aan de omgeving. Een beperkt warmteverlies per meter lijkt misschien weinig, maar over de volledige lengte van een netwerk en duizenden bedrijfsuren per jaar kan dit oplopen tot een aanzienlijke hoeveelheid energie.

Warmteverlies heeft daardoor niet alleen invloed op de energie-efficiëntie van het netwerk. Het beïnvloedt ook de benodigde warmteproductie, exploitatiekosten en uiteindelijk de totale prestaties van het energiesysteem.

De belangrijkste vraag is dan ook niet of een warmtenet warmte verliest, maar hoeveel warmte verloren gaat en hoe die verliezen vanaf de ontwerpfase kunnen worden beperkt.

Hoe ontstaat warmteverlies in een warmtenet?

Warmte verplaatst zich van een hogere naar een lagere temperatuur. Bij een ondergronds warmtenet betekent dit dat thermische energie vanuit het warme medium door de leidingwand en isolatie naar de omliggende bodem stroomt. Hoe groot deze warmtestroom is, hangt af van verschillende factoren. De belangrijkste zijn:

  • aanvoer- en retourtemperatuur
  • temperatuur van de bodem
  • diameter van de leiding
  • thermische eigenschappen van het leidingmateriaal
  • type en dikte van de isolatie
  • eigenschappen van de bodem
  • aanlegdiepte
  • afstand tussen aanvoer en retour
  • en de totale lengte van het netwerk

Warmteverlies is dus geen vaste eigenschap van één leiding. Het is het resultaat van het volledige systeem en de omstandigheden waarin het wordt toegepast.

Het temperatuurverschil bepaalt mee het warmteverlies

Eén van de belangrijkste factoren is het temperatuurverschil tussen het medium en de omgeving. Hoe groter dit verschil, hoe groter de drijvende kracht voor warmtetransport naar de bodem. Een leiding met water van 80 °C in een bodem van 10 °C zal onder vergelijkbare omstandigheden meer warmte verliezen dan dezelfde leiding wanneer het medium bijvoorbeeld 50 °C bedraagt. Dit is één van de redenen waarom moderne warmtenetten steeds vaker met lagere temperatuurregimes worden ontworpen.

Lagere nettemperaturen kunnen niet alleen de integratie van warmtepompen, restwarmte en geothermie vergemakkelijken, maar ook de distributieverliezen beperken.

De isolatie vormt de belangrijkste thermische barrière

Bij een voorgeïsoleerd leidingsysteem vormt de isolatie de belangrijkste weerstand tegen warmtetransport naar de omgeving. De thermische prestaties worden onder andere bepaald door:

  • de dikte van de isolatielaag
  • de warmtegeleidingscoëfficiënt of λ-waarde van het isolatiemateriaal
  • de geometrie van het leidingsysteem
  • de buitendiameter
  • en de kwaliteit en toestand van de isolatie

Een dikkere isolatielaag kan het warmteverlies verminderen, maar vraagt tegelijk meer materiaal en een grotere buitendiameter. De optimale isolatieklasse moet daarom worden gekozen op basis van onder andere nettemperatuur, leidingdiameter, lengte, bedrijfsuren en economische doelstellingen.

Waarom vocht zo belangrijk is

Een isolatiesysteem moet niet alleen goed isoleren, maar die eigenschappen ook gedurende lange tijd behouden. Wanneer vocht in bepaalde isolatiematerialen binnendringt, kunnen de thermische prestaties verslechteren. Een beschadigde buitenmantel of lekkage kan daardoor een veel groter probleem worden dan alleen lokale schade aan de leiding. De kwaliteit van de buitenmantel, verbindingen en uitvoering op de werf speelt daarom eveneens een belangrijke rol in de prestaties op lange termijn.

Ook de leidingdiameter heeft invloed

Een grotere leiding heeft een groter buitenoppervlak waardoor warmte kan worden afgegeven aan de omgeving. Tegelijk kan een grotere diameter hydraulische voordelen bieden doordat de stroomsnelheid en het drukverlies afnemen. De thermisch kleinste leiding is dus niet automatisch de beste oplossing. Bij de dimensionering moet een evenwicht worden gezocht tussen:

  • warmteverlies
  • drukverlies
  • pompenergie
  • investeringskost
  • beschikbare capaciteit
  • en mogelijke toekomstige uitbreiding

Thermische en hydraulische dimensionering moeten daarom samen worden bekeken.

De bodem beïnvloedt de warmteoverdracht

Ook de omgeving waarin de leiding wordt geplaatst speelt een rol. Bodemsoort, vochtgehalte, temperatuur en aanlegdiepte beïnvloeden de warmteoverdracht. Een vochtige bodem kan bijvoorbeeld andere thermische eigenschappen hebben dan een droge bodem. Daarnaast varieert de temperatuur dichter bij het maaiveld sterker onder invloed van weersomstandigheden. Voor nauwkeurige berekeningen moeten daarom de projectspecifieke aanlegcondities worden meegenomen.

Hoe wordt warmteverlies uitgedrukt?

Het warmteverlies van een leiding wordt doorgaans uitgedrukt in watt per meter (W/m).

Stel bijvoorbeeld dat een bepaald leidingtraject onder de berekende bedrijfs- en aanlegcondities een warmteverlies heeft van:

20 W/m

Bij een leidinglengte van 1.000 meter betekent dit:

20 W/m × 1.000 m = 20.000 W

of:

20 kW continu thermisch vermogen

Wanneer het netwerk het volledige jaar onder deze omstandigheden zou functioneren:

20 kW × 8.760 uur = 175.200 kWh

Dat komt overeen met ongeveer:

175 MWh warmteverlies per jaar.

Dit eenvoudige voorbeeld toont waarom enkele watts verschil per meter op netwerkniveau een aanzienlijke impact kunnen hebben. In de praktijk variëren temperaturen en belastingen uiteraard gedurende het jaar. Voor een nauwkeurige jaarberekening moet daarom rekening worden gehouden met de werkelijke bedrijfscondities.

Van W/m naar jaarlijks energieverlies

Het lineaire warmteverlies maakt het mogelijk om verschillende leidingconcepten te vergelijken. Wanneer bijvoorbeeld twee systemen onder dezelfde omstandigheden respectievelijk 20 W/m en 15 W/m verliezen, bedraagt het verschil:

5 W/m

Over een netwerk van 2.000 meter:

5 W/m × 2.000 m = 10 kW

Bij langdurige bedrijfsuren kan dit verschil zich vertalen in tientallen megawattuur energie per jaar. Daarom is het belangrijk om bij de vergelijking van leidingsystemen niet alleen naar de investeringsprijs per meter te kijken. Een verschil in thermische prestaties blijft gedurende de volledige exploitatieperiode van het netwerk doorwerken.

Aanvoer én retour moeten worden meegenomen

Een klassiek warmtenet bestaat uit een aanvoer- en retourleiding. Beide leidingen verliezen warmte. De aanvoerleiding heeft doorgaans een hogere temperatuur en daardoor een groter temperatuurverschil met de bodem. De retourleiding heeft een lagere temperatuur, maar draagt eveneens bij aan het totale netwerkverlies. Bij de thermische berekening moeten beide daarom worden meegenomen.

TwinPipe: aanvoer en retour samen

Een mogelijke systeemconfiguratie is een TwinPipe, waarbij aanvoer en retour samen binnen één geïsoleerde buitenmantel worden geplaatst.

Deze configuratie kan thermische voordelen bieden omdat beide mediumleidingen binnen dezelfde isolatieschil liggen en elkaar thermisch beïnvloeden. Daarnaast kan één gemeenschappelijke buitenmantel de totale geometrie van het systeem veranderen ten opzichte van twee afzonderlijk geïsoleerde leidingen. Hoe groot het voordeel precies is, hangt af van diameter, temperatuurregime, isolatie en systeemopbouw.

Een projectspecifieke vergelijking is daarom noodzakelijk.

Warmteverlies begint bij de ontwerptemperatuur

Eén van de meest effectieve manieren om distributieverliezen te beperken, is het netwerk niet warmer te laten functioneren dan technisch noodzakelijk. Historische warmtenetten werden vaak ontworpen voor relatief hoge temperaturen. Moderne systemen evolueren steeds meer naar lagere aanvoer- en retourtemperaturen. Dat biedt verschillende voordelen. Een lager temperatuurverschil met de bodem vermindert het warmteverlies.

Tegelijk kunnen warmtebronnen zoals:

  • industriële restwarmte
  • datacenterrestwarmte
  • geothermie
  • oppervlaktewater
  • afvalwater
  • en warmtepompen

efficiënter in het energiesysteem worden geïntegreerd. De temperatuurbehoefte van de aangesloten gebouwen blijft uiteraard bepalend.

Een lage retourtemperatuur is minstens even belangrijk

Niet alleen de aanvoertemperatuur verdient aandacht. Ook een zo laag mogelijke retourtemperatuur kan de efficiëntie van het netwerk verbeteren. Een groter temperatuurverschil tussen aanvoer en retour betekent dat bij hetzelfde thermische vermogen minder debiet nodig kan zijn. Dat kan gevolgen hebben voor leidingdiameters en pompenergie. Een lage retourtemperatuur kan onder andere worden ondersteund door:

  • correcte hydraulische inregeling
  • goed ontworpen overdrachtstations
  • correcte regeling
  • voldoende warmteafgifte bij de gebruiker
  • en continue opvolging van de installatie

Het netwerk en de gebouwinstallaties moeten daarvoor als één geheel functioneren.

De rol van het leidingmateriaal

Naast isolatie en temperatuurregime heeft ook het materiaal van de mediumleiding thermische eigenschappen. Metalen hebben een relatief hoge thermische geleidbaarheid. Polypropyleen heeft daarentegen een aanzienlijk lagere thermische geleidbaarheid. Bij een voorgeïsoleerd systeem blijft de isolatielaag de belangrijkste thermische barrière, maar de eigenschappen en geometrie van de mediumleiding maken deel uit van de totale warmteoverdracht van het systeem.

Het is daarom belangrijk om volledige leidingsystemen onder dezelfde omstandigheden met elkaar te vergelijken in plaats van uitsluitend naar één materiaalparameter te kijken.

PP-RCT voor warmte- en koudenetten

Voor bepaalde temperatuur- en drukbereiken kan PP-RCT worden toegepast als mediumleiding in ondergrondse warmte- en koudenetten.

Naast de thermische eigenschappen biedt het materiaal een aantal andere kenmerken die voor dergelijke netwerken relevant kunnen zijn. PP-RCT is corrosiebestendig en heeft geen bijkomende bescherming tegen roestvorming nodig. De gladde binnenwand zorgt voor een lage oppervlakteruwheid en gunstige hydraulische eigenschappen. Daarnaast is het materiaal relatief licht, wat transport en verwerking op de werf kan vereenvoudigen.

De verbindingen worden gerealiseerd door middel van thermische lastechnologie waarbij leiding en fitting tot een materiaalhomogene verbinding versmelten.

aquatherm energy: mediumleiding, isolatie en buitenmantel als één systeem

aquatherm energy is een voorgeïsoleerd leidingsysteem voor de ondergrondse distributie van warmte en koude.

Het systeem combineert:

  • een PP-RCT-mediumleiding
  • thermische isolatie
  • en een beschermende buitenmantel

Hierdoor worden de hydraulische, mechanische en thermische eigenschappen binnen één leidingsysteem gecombineerd. Afhankelijk van de toepassing kunnen verschillende systeemconfiguraties en isolatie-uitvoeringen worden onderzocht om het warmteverlies af te stemmen op de eisen van het project.

Niet alleen warmteverlies: ook drukverlies kost energie

Een efficiënt warmtenet moet niet alleen thermisch, maar ook hydraulisch worden geoptimaliseerd. Om het water door het netwerk te transporteren, is pompenergie nodig. Die behoefte wordt onder andere bepaald door het drukverlies in de leidingen. De oppervlakteruwheid van de binnenwand speelt daarbij een rol. PP-RCT heeft een gladde binnenwand en een lage oppervlakteruwheid. Een correcte hydraulische dimensionering kan daardoor helpen om leidingdiameters, stroomsnelheden en pompvermogen optimaal op elkaar af te stemmen.

De beste oplossing is dus niet noodzakelijk het systeem met uitsluitend het laagste warmteverlies of uitsluitend het laagste drukverlies. Beide moeten samen worden bekeken.

Warmteverlies en totale eigendomskost

Een warmtenet is een investering voor meerdere tientallen jaren. Een klein verschil in energieverlies kan daardoor gedurende de volledige levensduur blijven doorwerken. Bij de economische vergelijking van leidingsystemen is het daarom zinvol om niet alleen naar de initiële investering te kijken. Ook volgende factoren kunnen worden meegenomen:

  • jaarlijks warmteverlies
  • benodigde pompenergie
  • onderhoud
  • corrosiebescherming
  • reparaties
  • verwachte levensduur
  • montagetijd
  • en bedrijfszekerheid

Zo ontstaat een vergelijking op basis van de totale eigendomskost of Total Cost of Ownership (TCO).

Monitoring maakt verliezen zichtbaar

Niet alle verliezen blijven gedurende de levensduur van een netwerk gelijk. Veranderende bedrijfscondities, beschadigingen, lekkages of problemen met isolatie kunnen de prestaties beïnvloeden. Monitoring kan helpen om afwijkingen vroegtijdig te detecteren. Interessante parameters zijn bijvoorbeeld:

  • aanvoer- en retourtemperatuur
  • debiet
  • druk
  • geproduceerde warmte
  • geleverde warmte
  • en water- of mediumverlies

Door de hoeveelheid geproduceerde energie te vergelijken met de werkelijk geleverde energie kan de efficiëntie van het netwerk worden opgevolgd.

Lekdetectie als onderdeel van een efficiënt netwerk

Een lekkage betekent niet alleen verlies van medium. Bij warmtenetten kan ook thermische energie verloren gaan en kan binnendringend vocht de prestaties van de isolatie beïnvloeden. Daarom kan lekdetectie een belangrijke rol spelen in uitgebreide ondergrondse netwerken. Een systeem dat afwijkingen vroeg detecteert kan helpen om problemen sneller te lokaliseren, schade te beperken en de bedrijfszekerheid te verhogen.

Lekdetectie moet daarom niet uitsluitend als veiligheidsvoorziening worden gezien, maar kan ook onderdeel vormen van de energie- en onderhoudsstrategie van het netwerk.

Renovatie van bestaande warmtenetten

Warmteverlies is niet alleen relevant bij nieuwe netwerken. Ook bestaande infrastructuur kan na verloop van tijd minder efficiënt functioneren. Verouderde of beschadigde isolatie, vochtindringing, corrosie of veranderde bedrijfscondities kunnen het energieverlies verhogen. Bij renovatie is het daarom interessant om niet uitsluitend beschadigde onderdelen te vervangen, maar het volledige systeem opnieuw te evalueren.

Kan het temperatuurregime worden verlaagd? Is een andere isolatieklasse interessant? Kunnen leidingdiameters worden geoptimaliseerd? Is het netwerk nog afgestemd op de huidige energievraag? En kan monitoring of lekdetectie worden geïntegreerd? Een renovatie kan zo een mogelijkheid worden om het netwerk structureel efficiënter te maken.

Minder warmteverlies betekent minder energieproductie

Iedere kilowattuur die tijdens het transport verloren gaat, moet aan de bron worden geproduceerd. Wanneer de distributieverliezen worden verminderd, hoeft dus minder energie te worden opgewekt om dezelfde hoeveelheid nuttige warmte bij de gebruikers te leveren. Dat kan verschillende gevolgen hebben:

  • lagere energiekosten
  • lagere benodigde productiecapaciteit
  • efficiënter gebruik van restwarmte
  • efficiënter gebruik van geothermie en andere hernieuwbare bronnen
  • en, afhankelijk van de gebruikte energiebron, een lagere CO₂-uitstoot

Voor duurzame warmtebronnen is efficiëntie eveneens belangrijk. Beschikbare restwarmte of geothermische energie die onderweg verloren gaat, kan immers niet meer bij een gebruiker worden ingezet.

De laagste W/m is niet het enige criterium

Het is verleidelijk om verschillende leidingsystemen uitsluitend te vergelijken op basis van hun warmteverlies in W/m. Maar een warmtenet is een compleet technisch en economisch systeem. Een goede vergelijking houdt daarom rekening met:

Thermische prestaties
Hoeveel energie gaat tijdens de distributie verloren?

Hydraulische prestaties
Hoeveel pompenergie is nodig?

Investering
Wat kosten leidingen, hulpstukken, grondwerken en montage?

Installatie
Hoe snel en eenvoudig kan het systeem worden verwerkt?

Onderhoud
Welke inspecties, bescherming en reparaties zijn tijdens de levensduur nodig?

Levensduur
Hoe lang kan het systeem onder de voorziene bedrijfscondities functioneren?

Bedrijfszekerheid
Hoe groot is het risico op corrosie, lekkage of andere storingen?

Pas wanneer deze factoren samen worden bekeken, ontstaat een realistische vergelijking.

Warmteverlies beperken begint vóór de aanleg

Wanneer een warmtenet eenmaal in de grond ligt, kunnen bepaalde eigenschappen nog slechts moeilijk worden aangepast. Daarom moeten warmteverliezen vanaf de eerste ontwerpfase worden meegenomen. De belangrijkste keuzes worden immers vroeg gemaakt:

  • temperatuurregime
  • leidingtracé
  • diameters
  • leidingmateriaal
  • isolatieklasse
  • netwerkconfiguratie
  • aanvoer- en retourconcept
  • en toekomstige uitbreidingsmogelijkheden

Door verschillende scenario’s vooraf thermisch én hydraulisch te vergelijken, kan het netwerk worden geoptimaliseerd voordat de investering wordt uitgevoerd.

De rol van aquatherm Belux-France

aquatherm Belux-France kan studiebureaus, energiebedrijven, exploitanten en installateurs ondersteunen bij de technische uitwerking van warmte- en koudenetten met aquatherm energy.

Daarbij kunnen onder andere verschillende leidingdiameters, drukverliezen en systeemconfiguraties worden onderzocht. Ook technische gegevens over de beschikbare isolatie-uitvoeringen en thermische prestaties kunnen in de ontwerpfase worden meegenomen. Zo kan het leidingsysteem niet alleen op basis van de initiële investering, maar binnen het volledige hydraulische en thermische concept van het netwerk worden beoordeeld.

Conclusie: enkele watts per meter maken op netwerkniveau een groot verschil

Warmteverlies in een warmtenet is fysisch onvermijdelijk. Maar hoeveel energie daadwerkelijk verloren gaat, wordt voor een groot deel bepaald door de keuzes die tijdens ontwerp en exploitatie worden gemaakt. Temperatuurregime, leidingdiameter, isolatie, materiaal, bodemcondities en netwerkconfiguratie hebben allemaal invloed.

Een verschil van slechts enkele watts per meter kan over meerdere kilometers leiding en duizenden bedrijfsuren per jaar oplopen tot een aanzienlijke hoeveelheid energie.

Daarom moeten warmteverliezen niet als een detail van het leidingontwerp worden beschouwd. Ze maken deel uit van de energieprestatie en economische haalbaarheid van het volledige warmtenet. Door thermische prestaties, hydraulica, materiaalkeuze en exploitatie vanaf het begin samen te bekijken, kan een netwerk worden ontworpen dat niet alleen warmte transporteert, maar dat zo efficiënt mogelijk doet.

Warmteverlies in jouw warmtenet evalueren?

aquatherm Belux-France ondersteunt studiebureaus, energiebedrijven, exploitanten en installateurs bij de technische uitwerking van ondergrondse warmte- en koudenetten met aquatherm energy.

We kunnen samen verschillende leidingdiameters, hydraulische eigenschappen, systeemconfiguraties en thermische prestaties bekijken om het leidingsysteem af te stemmen op de specifieke bedrijfscondities van het project.

Neem contact op met aquatherm Belux-France om jouw warmte- of koudenet technisch te bekijken.