Stel je even voor: telkens wanneer je een serie streamt, een AI-model gebruikt of bedrijfsdata opslaat in de cloud, draait ergens een datacenter op volle capaciteit. Alle elektriciteit die deze servers verbruiken, wordt uiteindelijk omgezet in warmte.

Maar wat als die warmte niet verloren gaat? Wat als we deze restwarmte kunnen recupereren om woningen, serrecomplexen of zelfs olympische zwembaden te verwarmen?

Dat is vandaag geen toekomstvisie meer, het gebeurt nu al.

Waarom restwarmte van datacenters belangrijker wordt dan ooit

Datacenters vormen vandaag het kloppende hart van onze digitale wereld, maar tegelijk bereiken ze ook een nieuw energietijdperk. Volgens recente analyses van het International Energy Agency (IEA) kan het wereldwijde elektriciteitsverbruik van datacenters tegen 2030 oplopen tot ongeveer 945 terawattuur, bijna een verdubbeling tegenover enkele jaren geleden.

Dat betekent ook een enorme en steeds groeiende hoeveelheid bruikbare restwarmte, op voorwaarde dat we deze energie efficiënt weten te recupereren en te benutten.

Waarom produceren datacenters zoveel warmte?

IT-verbruik wordt warmte
CPU- en GPU-processoren zetten tot 95% van hun elektrisch vermogen om in warmte.

Koeling is één van de grootste energieverbruikers
Traditionele luchtkoeling kan tot 40% van het totale elektriciteitsverbruik van een datacenter vertegenwoordigen, energie die uiteindelijk eveneens als warmte verloren gaat.

Een enorm potentieel dat vandaag nog onvoldoende benut wordt
Een groot deel van deze restwarmte verdwijnt momenteel nog in de atmosfeer. Europese regelgeving wil daar verandering in brengen. De herziene Europese Energie-efficiëntierichtlijn (EU/2023/1791) verplicht exploitanten vanaf september 2024 om gedetailleerde performantiegegevens te rapporteren en stimuleert tegelijk de integratie van restwarmte uit datacenters binnen warmte- en koudenetten.

Voor zowel datacenteroperatoren als steden en gemeenten vormt dit een belangrijke stimulans om te investeren in warmterecuperatie en duurzame energie-infrastructuren.

Het belang van performante leidingsystemen

Om warmte efficiënt en met minimale verliezen te transporteren, moeten leidingsystemen voldoen aan hoge technische eisen. Ze moeten bestand zijn tegen druk en temperatuur, corrosievrij functioneren en tegelijk een snelle en eenvoudige installatie mogelijk maken.

Koelproces Aanvoer-/retourtemperatuur Geschiktheid voor warmtenetten
Koude lucht 18–22 °C / 35–45 °C Enkel mogelijk met extra warmtepomp
Indirecte waterkoeling 25–30 °C / 35–40 °C Geschikt voor netwerken tot 60 °C
Direct-to-chip / immersion cooling ≥ 40 °C / ≥ 50 °C Uitstekend – levert hoge brontemperaturen

Hoe hoger de gerecupereerde temperatuur, hoe efficiënter deze rechtstreeks kan worden ingezet binnen lokale of stedelijke warmtenetten, soms met slechts een beperkte temperatuursverhoging via een warmtepomp.

Van datacenter naar concrete toepassingen

Restwarmte van datacenters is 24/7 beschikbaar en vormt een bijzonder zuivere energiebron. Toch gaat deze warmte vandaag in veel gevallen nog simpelweg verloren. Wanneer deze restwarmte gericht wordt gerecupereerd, kan ze een betrouwbare en koolstofarme warmtebron vormen voor steden, woonontwikkelingen en industriële toepassingen.

Daarbij zijn drie factoren essentieel:

  • Waar gaat de warmte naartoe?
  • Welk temperatuurniveau is beschikbaar?
  • Hoe dicht bevindt de eindgebruiker zich bij de warmtebron?

Restwarmte is geen bijproduct meer, maar een waardevolle energiebron

Toekomstgerichte datacenters evolueren van grote energieverbruikers naar actieve partners binnen duurzame energiesystemen. In plaats van restwarmte verloren te laten gaan, zetten moderne datacenterconcepten deze energie om in een waardevolle warmtebron met lage CO₂-uitstoot voor steden en gemeenten.

Van serverrack naar warmtenet: hoe warmte wordt benut

Lokale woonwijken en stadsontwikkelingen
Koelcircuits van servers leveren vaak water aan temperaturen tussen 35 en 50 °C. Met behulp van een warmtepomp kan deze warmte opgewaardeerd worden voor lokale warmtenetten (<80 °C) die woningen, appartementen en gemengde woonprojecten van warmte voorzien.

Stedelijke en bestaande warmtenetten
De temperatuur kan eveneens verhoogd worden tot meer dan 90 °C om rechtstreeks warmte te injecteren in grote stedelijke warmtenetten of oudere district heating systemen.

De belangrijkste conclusie is duidelijk: datacenters zijn niet langer geïsoleerde energie-eilanden. Met de juiste engineering, infrastructuur en leidingsystemen worden ze een essentieel onderdeel van toekomstige koolstofarme energienetwerken.

Internationale praktijkvoorbeelden

Finland

In de Finse steden Espoo, Kauniainen en Kirkkonummi werken Microsoft en energiebedrijf Fortum samen aan één van de grootste restwarmteprojecten voor datacenters ter wereld. De restwarmte van nieuwe datacenters zal er tegen 2026 naar schatting ongeveer 40% van de lokale warmtevraag dekken, goed voor de verwarming van ongeveer 250.000 inwoners.

Frankrijk

In het Equinix PA10 datacenter in Saint-Denis, nabij Parijs, wordt serverwarmte gerecupereerd en via warmtepompen opgewaardeerd om jaarlijks ongeveer 10.000 MWh warmte te leveren. Dat volstaat om ongeveer 1.000 woningen te verwarmen of de zwembaden van het Olympic Aquatics Centre het volledige jaar op een comfortabele temperatuur van 27 à 28 °C te houden.

Denemarken

Ook in Denemarken wordt restwarmte van datacenters op grote schaal benut. De Meta-campus (Facebook) in Odense recupereert warmte uit haar datacenteractiviteiten om via het stedelijke warmtenet tot 11.000 huishoudens van warmte te voorzien. Hierdoor ontstaat een stabiele en permanent beschikbare duurzame energiebron voor de stad.

Waarom zowel datacenteroperatoren als steden voordeel halen uit warmterecuperatie

Het recupereren van serverwarmte verlaagt aanzienlijk de PUE-waarde van een datacenter en vermindert de nood aan energie-intensieve koelinstallaties zoals koeltorens of ventilatoren. Hierdoor dalen zowel het elektriciteitsverbruik als de operationele kosten (OPEX).

Tegelijkertijd ontstaan nieuwe economische modellen via warmteafnamecontracten, waarbij een zuivere kost wordt omgevormd tot een stabiele inkomstenstroom. Analyses van Boston Consulting Group (BCG) tonen aan dat investeringen vaak al binnen ongeveer drie jaar worden terugverdiend wanneer restwarmte rechtstreeks aan naburige gebouwen geleverd wordt. Wanneer de warmte via een lokaal warmtenet aan gebruikers binnen een straal van ongeveer twee kilometer wordt verdeeld, bedraagt de terugverdientijd doorgaans minder dan vijf jaar.

Decarbonisatie als bijkomende strategische hefboom

Elke megawattuur gerecupereerde serverwarmte vervangt fossiele energiebronnen en draagt rechtstreeks bij aan een betere ESG-score en lagere CO₂-uitstoot.

Dit wordt financieel steeds belangrijker in het kader van:

  • de Europese Taxonomie,
  • CSRD-rapportering,
  • en stijgende CO₂-prijzen.

Warmterecuperatie uit datacenters evolueert daardoor van een technische opportuniteit naar een strategische investering binnen duurzame energie- en klimaatdoelstellingen.

Restwarmte als economisch model

Wanneer warmterecuperatie reeds tijdens de ontwerpfase van een datacenter wordt geïntegreerd, kunnen korte transportafstanden en contractueel vastgelegde afnamepunten efficiënt worden voorzien.

Datacenteroperatoren kunnen hun warmte vervolgens commercialiseren via langetermijncontracten voor warmteafname. Steden en gemeenten profiteren tegelijk van voorspelbare CO₂-reducties, terwijl investeerders extra waarde toekennen aan dergelijke locaties dankzij bijkomende inkomstenstromen en gunstige regelgevende voordelen.

Kort samengevat: wanneer serverwarmte lokaal benut wordt, evolueert een traditionele kostenpost naar een schaalbaar economisch model dat tegelijk bijdraagt aan de energietransitie.

Technische vereisten voor succesvolle warmterecuperatie uit datacenters

Restwarmte uit datacenters wordt pas echt economisch interessant wanneer cruciale elementen zoals hydraulische scheiding, temperatuurverhoging en warmteverliesarm transport vanaf het ontwerp correct geïntegreerd worden. Door warmtewisselaars, warmtepompen en PP-R leidingsystemen als één geïntegreerd systeem te benaderen, ontstaat een efficiënte, duurzame en lekvrije oplossing. Op die manier evolueert het datacenter van een klassieke energieverbruiker naar een volwaardige energiehub.

Warmtewisselaars – de interface tussen IT en warmtenet

Binnen het koelcircuit van het datacenter wordt doorgaans een dubbel redundante platenwarmtewisselaar geplaatst. Deze zorgt voor de hydraulische scheiding tussen het gevoelige primaire IT-circuit en het secundaire warmtenet, voorkomt contaminatie en maakt onderhoud mogelijk zonder de werking van het datacenter te onderbreken.

Moderne roestvrijstalen platenwarmtewisselaars behalen zeer korte verblijftijden van minder dan 30 seconden en houden de stromingsweerstand uiterst beperkt, waardoor bijkomend pompvermogen minimaal blijft. Warmtewisselaars vormen daarmee een essentiële schakel voor een efficiënte overdracht van thermische energie naar warmte- en koudenetten.

Warmtepompen – temperatuurverhoging van 30 tot 40 °C

Koelwater afkomstig van lucht- of watergekoelde servers verlaat een datacenter typisch aan temperaturen tussen 35 en 50 °C. Industriële warmtepompen met lage-GWP koudemiddelen kunnen deze temperatuur efficiënt verhogen naar 80 à 85 °C, ideaal voor moderne lage temperatuur warmtenetten.

Praktijkmetingen tonen COP-waarden tot 4,2 en energierecuperatiepercentages van ongeveer 40% in grootschalige installaties. Warmtepompen vormen daardoor een sleuteltechnologie binnen efficiënte restwarmterecuperatie.

Leidingsystemen – de stille economische motor

Leidingsystemen hebben doorgaans de langste levensduur van alle componenten binnen een warmte-infrastructuur. PP-R leidingsystemen zoals aquatherm blue zijn vervaardigd uit glasvezelversterkt polypropyleen en combineren een corrosievrije werking met een laag gewicht, ongeveer 80% lichter dan staal.

Dankzij de polyfusietechnologie ontstaat een homogene verbinding met een minimaal risico op lekkages. Fabrikantentesten en onafhankelijke rapporten bevestigen een levensduur van meer dan 50 jaar.

De bijzonder gladde binnenwand (ruwheid < 0,007 mm) beperkt bovendien drukverliezen en pompenergie, wat rechtstreeks bijdraagt aan lagere operationele kosten (OPEX) en efficiënter warmtetransport.

Netwerkaansluiting – nabijheid is cruciaal

Hoe korter de afstand tussen warmtebron en eindgebruiker, hoe interessanter het economisch model wordt. Praktijkprojecten tonen aan dat afstanden kleiner dan twee kilometer, bijvoorbeeld tussen een hyperscale datacenter en een nabijgelegen woonwijk, de warmteproductiekosten met tot 25% kunnen verlagen.

De Europese norm EN 12828 adviseert daarom om reeds tijdens de ontwerpfase aansluitpunten voor toekomstige warmteafnemers te voorzien en drukhoudingssystemen zo te ontwerpen dat uitbreidingen mogelijk blijven zonder volledige stillegging van het netwerk.

Een doordachte locatiekeuze en minimale transportafstanden vormen dus een essentiële factor binnen rendabele warmterecuperatie.

District heating – restwarmte omzetten in duurzame energievoorziening

Restwarmte uit datacenters kan eveneens rechtstreeks ingezet worden binnen district heating netwerken. Voor het betrouwbare transport van dit verwarmde water biedt aquatherm met aquatherm Energy een innovatief voorgeïsoleerd leidingsysteem.

Het systeem bestaat uit een drielaagse opbouw:

  • een PP-RCT mediumbuis,
  • PUR-isolatie,
  • en een HDPE buitenmantel.

Deze constructie maximaliseert de energie-efficiëntie, minimaliseert warmteverliezen en biedt tegelijk een hoge chemische en thermische weerstand.

aquatherm Energy leidingen zijn lichtgewicht, flexibel en eenvoudig te installeren, waardoor ze bijzonder geschikt zijn voor uitgebreide ondergrondse warmte- en koudenetten. Dankzij hun corrosievrije eigenschappen en robuuste opbouw garanderen ze een betrouwbare werking op lange termijn voor steden, nutsbedrijven en grootschalige bouwprojecten.

Daarmee ondersteunt aquatherm Energy duurzame en toekomstgerichte warmtevoorziening voor zowel woonwijken als volledige stedelijke netwerken.

Wettelijke verplichtingen en subsidiemogelijkheden

Het politieke en regelgevende landschap evolueert snel richting een verplichte recuperatie en valorisatie van restwarmte uit datacenters. Wie vandaag nieuwe projecten ontwikkelt, houdt daarom best al rekening met de relevante regelgeving en integreert deze aspecten actief binnen het economische en technische ontwerp van het project.

Europa bepaalt het wettelijk kader

Met de herziene Europese Energie-efficiëntierichtlijn (EU/2023/1791) worden vanaf oktober 2025 nieuwe verplichtingen ingevoerd voor datacenters groter dan 1 MW.

Operatoren zullen onder meer:

  • technisch moeten evalueren of warmterecuperatie mogelijk is,
  • een kosten-batenanalyse moeten opstellen,
  • en jaarlijks belangrijke performantiegegevens rapporteren aan een Europese databank.

Deze rapportering omvat onder andere:

  • PUE-waarden,
  • gegevens rond warmterecuperatie,
  • en energie-efficiëntieprestaties.

De Europese regelgeving maakt daarmee duidelijk dat restwarmtevalorisatie een essentieel onderdeel wordt van toekomstige datacenterontwikkelingen.

Conclusie – vroeg handelen maakt het verschil

Wie vandaag digitale infrastructuren bouwt, beheert of ontwerpt, of mee vorm geeft aan lokaal energiebeleid, doet er goed aan nu al actie te ondernemen. Projecten in Finland, Frankrijk, Denemarken en Canada tonen aan dat restwarmte uit datacenters kan evolueren van een klimaatuitdaging naar een economisch en duurzaam opportuniteitsmodel.

Door warmte lokaal te recupereren en te valoriseren kunnen steden vergroenen, energiekosten dalen en nieuwe duurzame energiemodellen ontstaan.

De regelgeving, subsidiemogelijkheden en internationale praktijkvoorbeelden zijn vandaag reeds beschikbaar. De volgende stap bestaat erin deze opportuniteiten effectief te integreren binnen toekomstige datacenter- en energieprojecten.